Restauratie van rijksmonumenten

De Randstedelijke Rekenkamer is een onderzoek gestart naar de provinciale subsidieregelingen voor het restaureren van rijksmonumenten. Vanaf 2012 zijn de provincies verantwoordelijk geworden voor de verdeling van de middelen voor het restaureren van rijksmonumenten die geen woonhuizen zijn. Vijf jaar na dato acht de Rekenkamer het een goed moment om na te gaan hoe de provincies de middelen voor het restaureren van rijksmonumenten hebben ingezet. Bovendien speelt er een aantal interessante ontwikkelingen. Ten eerste zijn sinds het overgaan van de rijksmiddelen naar de provincies verschillen tussen de provincies ontstaan in het beleid voor het restaureren van rijksmonumenten. Ten tweede lijken de restauratieachterstanden de afgelopen jaren toe te nemen. Tot slot berichtten landelijke media in juni 2016 dat de provincies veel meer geld nodig hebben voor de restauraties van rijksmonumenten. De € 20 mln. die de provincies jaarlijks van het Rijk ontvangen, zou onvoldoende zijn om de omvangrijke restauraties van de zogeheten kanjermonumenten uit te voeren. Met dit onderzoek willen we nagaan of de provincie er na de decentralisatie in 2012 in slaagt om de rijksmonumenten te behouden via de subsidieregeling voor het restaureren van rijksmonumenten en welke verbeteringen daarbij mogelijk zijn (doeltreffendheid van beleid). Verder willen we de verschillen in opzet en uitvoering van de provinciale subsidieregelingen inzichtelijk maken en nagaan wat de provincies van elkaar kunnen leren.

Booms, C.S. (Chris), Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, objectnummer 543.350