Sturing in de OV-concessies Utrecht

De provincie Utrecht is concessieverlener voor het bus- en tramvervoer op haar grondgebied. De twee huidige concessies lopen beiden in december 2023 af. In de Statenbrief van 3 maart 2020 hebben Gedeputeerde Staten geschetst hoe de nieuwe concessieverlening wordt voorbereid. In het kader van de start van het aanbestedingstraject hebben de Utrechtse leden van de programmaraad van de Randstedelijke Rekenkamer geadviseerd om voor provincie Utrecht een onderzoek naar OV-concessies uit te voeren.

Sindsdien zijn we geconfronteerd met het COVID-19 virus, dat ook voor het openbaar vervoer flinke gevolgen heeft. Er bestaat grote onzekerheid of, en zo ja wanneer en in welke mate, het gebruik van OV zich weer herstelt. Vervoerders hebben aangegeven dat zij in de huidige omstandigheden niet in staat zijn om in te schrijven op aanbestedingen. Daarom is de provincie Utrecht voornemens de aanbestedingsprocedure en de startdatum van de nieuwe concessie(s) naar achteren te schuiven.

Vanuit Provinciale Staten van de provincie Utrecht is met name de vraag aan de Rekenkamer gekomen om meer inzicht te bieden in welke invloed Provinciale Staten (kunnen) hebben op OV-concessies. Daarbij is gevraagd aan welke “knoppen” Provinciale Staten zouden kunnen draaien. Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten hebben bij de concessieverlening en gedurende de looptijd van de concessie elk een eigen verantwoordelijkheid en rol. Dit beïnvloedt de wijze waarop zij (kunnen) sturen.

Het doel van dit onderzoek is om inzicht krijgen in de sturingsmogelijkheden in de OV-concessies van de provincie Utrecht, met aandacht voor de verantwoordelijkheden die Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten daarbij hebben.